Nederlands | Français
   
Home arrow Technische Info
     
 
 
 
Home
Vragen
Technische Info
Uw Wagen
Prijzen
Contact
Zoek uw wagen
Locaties
Reacties
Administrator
 
PDF Print E-mail

Het motorstuurapparaat

De prestaties van een motor worden be?nvloed door verschillende interne en externe factoren, zoals de omgevingstemperatuur, de luchtdichtheid, koelvloeistof, de temperatuur van de olie, enz?. Al deze factoren worden via voelers of sensoren aan
het motorstuurapparaat gezonden.
Het motorstuurapparaat regelt alle belangrijke functies van de motor via deze voelers en sensoren die de druk, temperatuur, toerentallen, snelheden en luchtmassa met grote precisie aangeven. Het motorstuurapparaat gebruikt de in een speciale chip opgeslagen software met de voor die auto benodigde kenvelden (de 3-dimensionele "berglandschappen" of "curves") , inspuiting, ontsteking, waterdruk en Lambda-waarde. 

Op deze manier wordt afhankelijk van de belasting en de omgevings parameters het optimale ontstekingsmoment, de benodigde brandstofhoeveelheid in combinatie met het juiste inspuitmoment en de benodigde turbodruk berekend. Deze gegevens worden bij het chiptunen geoptimaliseerd. M.a.w. alle parameters worden gemeten, vergeleken en zodanig aangepast, dat de maximale belasting en het maximale koppel met inachtneming van de levensduur van de motor naast een minimaal brandstofverbruik zich optimaal tot elkaar verhouden. 

Daardoor wordt een hoger motorvermogen, maar vooral ook een hoger koppel bereikt. Vermogen- en koppeltoenames tussen de 20% en de 40% zijn bij turbomotoren en 10% tot 12% bij normale aanzuigmotoren te bekomen, waardoor de wagen qua versnelling, soepelheid en maximale snelheid duidelijk beter presteert. De motor wordt ook soepeler, waarbij de levensduur van de motor bij een correcte tuning, normaal gebruik en regelmatig onderhoud weinig zal veranderen ten opzichte van een fabrieksmotor.

Taak van het motorstuurapparaat

A) Ontstekingstijdstip

Het is belangrijk dat rekening houdend met de hierboven vermelde parameters het juiste ontstekingsmoment of bij dieselmotoren het juiste inspuitmoment wordt berekend en dit om de brandstof zuinig en optimaal te gebruiken.

B) Constante onsteking

Bij verschillende toerentalen blijft de door de alternator geleverde stroom niet altijd constant. Een optimale ontsteking vereist een constante spanning. Het motorstuurapparaat vangt deze afwijkingen op en houdt de spanning constant. Hierdoor bekomt men een optimale ontsteking.

C) Klopsensoren

De moderne motoren vragen een hoge samendrukking van het mengsel brandstof/lucht om zo een hoog mogelijk koppel te bereiken, waardoor de motor zuiniger gaat lopen. Maar bij zulke hoge druk ontstaat het gevaar op spontane zelfontbranding, waardoor een "kloppende" verbranding ontstaat. Door de signalen van de klopsensoren op het motorblok verlaat het stuurapparaat de ontsteking zodat dit kloppen vermeden wordt

D) Brandstofinspuiting

Afhankelijk van de signalen vanaf de sensoren voor de luchtmassa, toerental, belasting en verdere correctiefactoren, berekent de elektronica de benodigde inspuittijd en inspuithoeveelheid om zowel een besparing op het verbruik, als een vermindering van schadelijke uitlaatgassen en een toename van het motorvermogen te verwezenlijken

E) Lambdaregeling

Het mengsel van brandstof en lucht wordt door de computer berekend, afhankelijk van de samenstelling van de uitlaatgassen (d.m.v. de Lambda-sonde gemeten) en naar de ideale waarde (Lambda=1) gebracht, om een effectievere werking van de katalysator te bereiken en daardoor schonere uitlaatgassen. Tenslotte meet de Lambda-sonde voor de katalysator het restant aan zuurstof in de uitlaatgassen. Deze waarde wordt doorgegeven aan het motorstuurapparaat die deze waarde weer meeneemt in zijn berekeningen.

F) Stationair toerentalregeling

Variabele motortemperaturen met bijbehorende wrijving, vervuiling van de uitlaatwegen en vele andere factoren veroorzaken verschillende stationaire toerentallen. Door de stationair toerentalregeling wordt het mengsel zo aangepast dat het door een Hallgever gemeten toerental op een constante waarde gehouden wordt. Hieruit worden ook de parameters berekend voor de warme en koude start.

G) Laaddrukregeling

Bij auto's, uitgevoerd met turbo, wordt daarbij door het stuurapparaat de turbodruk en het nodige volume berekend, en door de bijbehorende sensoren op de juiste waarde ingesteld.

H) Terugvoer uitlaatgassen

Om de uitlaatgassen te verbeteren wordt de aangezogen lucht, gemixt met de uitlaatgassen, berekend door de computer.

I) Service en betrouwbaarheid

- Controle over de juistheid van de ingestelde waarde, om fouten te voorkomen.

- Strenge controle van "Drive by wire-systemen".